Gedachtenisdienst 1 november

De maatregelen die de overheid voorschrijft tegen de verspreiding van het coronavirus, hebben ook ingrijpende gevolgen voor het kerkelijk leven. Alle vieringen moeten we vormgeven met inachtneming van deze verplichtingen. Onderdelen van onze gewone liturgie moeten we wijzigen om het risico op besmetting te minimaliseren. De meest vergaande en ongemakkelijke aanpassing is, dat we niet samen kunnen zingen.

Ook de bijzondere vieringen moeten we afstemmen op wat mag en verantwoordelijk is.

Dit jaar zal ook de vertrouwde liturgische orde van de gedachtenisdienst moeten worden veranderd. Naast het noemen van de namen van de gemeenteleden die sinds de laatste Allerheiligen en Allerzielen zijn overleden, zullen we in deze viering de gedachteniskruisjes die we vanwege de lockdown niet eerder aan de nabestaanden hebben kunnen uitreiken, aan hen meegeven. Zij zullen apart met een brief worden uitgenodigd, waarin meer informatie staat.

In de gedachtenisdienst kunnen we onszelf als gemeente niet de gelegenheid geven om persoonlijk een lichtje te branden voor hen van wie wij de namen in ons hart bewaren. Om de voorgeschreven afstand te kunnen handhaven, moeten we het lopen zo veel mogelijk beperken. Door dergelijke aanpassingen zal de viering verschillen van wat wij gewend zijn, zoals ook de afscheidsbijeenkomsten het laatste half jaar een andere vorm kregen, dan nabestaanden hadden gewild en soms de overledenen aangegeven hadden.

De fysieke afstand zal ons een gevoel van vervreemding en beklemming kunnen geven, misschien ook wel een gevoel van eenzaamheid. Wat blijft, is dat we ons persoonlijk verdriet in onze gemeenschap met elkaar kunnen delen. Door eenvoudig samen te zijn troosten we elkaar. Daarnaast sterken we elkaar in ons vertrouwen op God, omdat we niet alleen en afgezonderd, maar gezamenlijk in de kerk en thuis ons hart tot Hem verheffen. De namen van hen die gestorven zijn en die wij ons herinneren, zal God wiens ontferming geen grenzen kent, ook niet de grens van de dood, in Zijn liefde bewaren. In onze viering zullen we Zijn ontferming en troost aanroepen.