Keltische spiritualiteit 1

‘Er is geen vogel in de vlucht…’

Tussen 20 en 30 april reisden twaalf gemeenteleden van de Tuindorpkerk samen naar Iona, verbleven daar vijf dagen en reisden weer terug . Deze reis heeft ons alle twaalf veel gedaan en veel gebracht. Herman Oudhof heeft daar al heel bijzonder over geschreven in het vorige nummer van de Mozaïek. En wellicht volgen er in de loop van dit jaar nog wel andere bijdragen van deelnemers.

Iona is een klein eiland aan de westkust van Schotland, het valt onder de Buitenste Hebriden. Op dat eiland staat een abdijkerk die in de jaren 50 onder leiding van George McLeod van ruïne tot bewoonbare staat is teruggebracht, met hulp van heel veel vrijwilligers. Hij charterde zowel arbeiders uit Glasgow waar hij als predikant werkzaam was, als ook theologiestudenten en andere mensen die door zijn charisma begeesterd werden om af te reizen naar dit kleine eiland ter hoogte van de plaats Oban. Naast de herbouwde Abbey is er in de loop der jaren ook een ander centrum gebouwd, het McLeod Centre.

The Abbey en het nabijgelegen McLeod Centre fungeren nu als een levendig spiritueel centrum het gehele jaar door. Honderden mensen uit Schotland, Engeland, Ierland en andere Europese en niet Europese landen komen voor een week of langer naar dit eiland om ondergedompeld te worden in het bijzondere ritme van het dagelijks leven: samen eten, vieren, corvee doen en deelname aan workshops of andere activiteiten. De invloed van Iona reikt ver en raakt velen in Europa en daarbuiten die op zoek zijn naar een aardse, duurzame en veerkrachtige spiritualiteit. De spiritualiteit van deze gemeenschap is geworteld in de Keltisch-christelijke traditie. Deze traditie heeft een aantal bijzondere kenmerken . Velen van u zullen die eigenheid al wel geproefde hebben in de liederen uit Iona die we regelmatig in onze vieringen zingen.

In een kleine serie artikelen wil ik de gehele gemeente kennis laten maken met kenmerken en achtergronden van deze bijzondere spiritualiteit. Ze heeft heel oude wortels die teruggaan tot de voorchristelijke tijd van de Druïden, en wijkt in kenmerken nogal af van de Romeinse, Germaanse, Saksische en Frankische spiritualiteit zoals die in onze streken de wijze van geloven heeft beïnvloed. Interessant voor ons als leden van de Tuindorpkerk is, die zich de laatste jaren laat zien als groene kerk, zijn de vele verbindingslijnen tussen ecologie , theologie en antropologie zoals die in liederen, gebeden en bezinningsteksten uit de Keltisch-christelijke traditie naar voren komen. In dit eerste artikel ga ik in op een kenmerk van de Keltische spiritualiteit, namelijk de verwevenheid van het spirituele ( de wereld van God, Christus en de Geest)met het gewone dagelijks leven , en vooral met alle onderdelen in de veelkleurige schepping. Luister naar de volgende zegenspreuk:

Maaizegen

God, zegen Gij zelf mijn maaien,
elke kam en vlakte en veld,
elke sikkel gekromd, welgevormd, hard,
elke aar, elke bos in de schoof.
elke aar, elke bos in de schoof.
-------
Omring elke geit, schaap en lam,
elke koe en paard, en voorraad,
omgeef Gij de kudden en koppels,
en breng hen naar de goede kooi.
breng hen naar de goede kooi.

Omwille van Michael, hoofd van de legermachten,
van Maria, lichthuidige genadetak,
van Bride, zo blank met de kroezige lokken,
van Columba van de graven en tombes.
Columba van de graven en tombes.

Deze zegenspreuk is afkomstig uit een grote verzameling hymnen, zegenspreuken, gedichten en smeekbeden die door Alexander Carmichael verzameld zijn in de jaren tussen 1860 en 1900. Carmichael kwam als belastingambtenaar veel op de eilanden voor de westkust van Schotland, die de Buitenste eilanden worden genoemd. En hij kwam veel bij de mensen thuis en hoorde hun zangen en gebeden die verbonden waren met alle activiteiten die zij deden. “ Wanneer de eilanders ’s morgens uitgaan naar de akker, naar hun vissersboot, naar andere boerenwerk, of naar wat mens waar ook maar te doen heeft, spreken zij een kort gebed uit, “ ceum na corach” het rechte pad of de ware weg. Als zij er zeker van zijn dat niemand hen beloert of afluistert, neuriën of zingen zij hun ochtendgebed op een melodieuze wijze.’ Dit citaat laat goed horen hoe Carmichael in zijn Carmina Gadelica ( Keltische Zangen) een beeld schetst van mensen op de eilanden die in de muziek van hun bidden heel dicht bij de elementen leven. Het leven is voor deze gewone mensen een eenheid, een eenheid van schoonheid, van gevaren en van geheimen. Het raakt Carmichael als hij in de huizen van deze mensen komt hoe huiselijk zij praten over de God van het leven. Ze leggen hem hun zorgen en behoeften voor op een vertrouwde manier maar ook met eerbied. In een taal die eenvoudig en waardig is. Catherine MacLennan vertelt hem: ‘ Mijn moeder placht ons te vragen op het gemak ons morgenlied voor God te zingen, zoals Maria’s leeuwerik het hoog in de wolken zong en zoals christus’ lijster het zong in gindse boom, om de God van de schepselen te eren voorst de rust van de nacht, voor het licht van de dag en voor de blijdschap van het leven.’

De zegenspreuk bij het maaien laat goed horen hoe alle onderdelen van het dagelijks leven verbonden en vervlochten worden met het geestelijke. En het geestelijke wordt ook geconcretiseerd in de namen van verschillende engelen en heiligen. Zo klinkt de naam van een van de aartsengelen Michael die verbonden is met de hemelse legers, de naam van Maria, maar ook onbekende namen als Bride en Columba. In een volgend artikel zal ik de achtergronden van deze twee namen wat verder uitwerken in samenhang met de derde naam, die van St. Patrick.

God verweven met al wat is
In Keltisch christendom ziet men de Schepper in en door de wereld van zijn schepping heen. Een stukje uit de litanie van St Patrick laat dit goed horen:

Ik sta vandaag op
Door de kracht van de hemel
Het licht van de zon,
De luister van de maan ,
De pracht van het vuur,
De snelheid van de bliksem,
De vaart van de wind,
De diepte van de zee,
De vastheid van de aarde,
De onbeweeglijkheid van de rots

En de litanie eindigt met:
Christus met mij, Christus voor mij, christus achter mij,
Christus in mij, Christus onder mij, Christus boven mij.

Zo wordt de wereld in deze spiritualiteit bezongen als Gods wereld, waarbij de schepping goed is en waarin alle materiële en stoffelijke dingen hun Schepper weerspiegelen. In teksten als deze proef je aan de ene kant dat zij veel stof aan voorchristelijke bronnen ontleent, bijvoorbeeld aan de rijke traditie van de Druïden, en dat anderzijds hier iets zichtbaar wordt van een vroege vorm van Christendom. De gehele schepping lijkt geladen met de verhevenheid van God. (Gerard Manley Hopkins). De Ieren, waaronder Columba, namen het evangelie dat zij in de 6e eeuw naar de Keltische Schotten brachten aan in een tijd de Kerk ervan overtuigd was dat Gods goedheid de gehele schepping heelt en zal herstellen.

De gebeden van de Buitenste Hebriden vinden in en door de gaven van de natuur voortdurend Gods aanwezigheid

Er is geen plant in de grond
of zij is vol van Zijn kracht.
er is geen vorm op het strand
of hij is vol van Zijn zegen…

Er is geen vogel in de vlucht
er is geen ster in de lucht,
er is niets onder de zon
of het verkondigt Zijn goedheid

Gods nabijheid tot zijn schepping gaf een sterk gevoel aan de eilandenbewoners dat hemelse machten mannen en vrouwen omringden. Het was zo gewoon dat zij zich richtten tot de Drie, tot Maria, tot heiligen en engelen om praktische steun bij alles wat hun in het leven overkwam. In alles zijn hemel en aarde met elkaar verbonden en werken op elkaar in. Daarom is
Maria er bij het aanbreken van de dag als de turven uit de haard worden gehaald. St Bridget gaat helpen bij het maken van de boter. Gabriel en de engelen kunnen worden opgeroepen voor het zaaien van het zaad en St Columba zal het vee beschermen op weg naar de weiden. Melkliedjes laten zo mooi horen hoe vrouwen bij het melk zich op haar gemak voelden bij de heiligen:

Kom Maria, melk mijn koe,
kom Bride, en omring haar,
kom Columba, de welwillende,
en wind uw armen om mijn koe….

Esther de Waal, aan wier boek Het Keltische visioen, ik deze teksten en gedachten ontleen, zegt aan het einde van haar inleiding op de Carmina Gadelica:’ Het lezen van de Carmina Gadelica is niet alleen maar een terugkeer naar een wereld die verdwenen is. Ons wordt zicht geboden op een wereld die nog steeds vlakbij ligt, als een geschenk dat wacht op onze hand.’ (p.25). Deze teksten kunnen ook ons visioen vernieuwen. In de komende artikelen gaan we hier nader op in.

Literatuur:
Esther de Waal (2000) Het Keltische visioen, spiritualiteit van een verzonken wereld. Zoetermeer: Meinema.


Over Keltische spiritualiteit 1